Een interview met nestor Bram Busstra

Als je lang in het buitenland hebt gewerkt, dan verbaas je je wel eens over hoe het toegaat in Nederland. Zo ik kijk met verwondering naar de manier waarop organisaties de kennis en ervaring van hun medewerkers gebruiken. Of beter gezegd: hoe weinig ze dat doen.

Neem welzijnsinstellingen of zorginstellingen die lokaal of regionaal werken op basis van afspraken met gemeentes. Die decentralisatie heeft voordelen door het goede contact van de medewerkers met de lokale gemeenschap. De kennis die nodig is om afspraken te maken, hebben die instellingen daarom ook veelal in huis. Aanpassingen aan dit soort veranderingen komen dan van binnenuit en zijn daardoor ook beter geborgd in de organisatie.

Toch huren die instellingen vaak experts in die vertellen wat hun medewerkers grotendeels al weten. Ze kunnen zich beter richten op de verschillen van inzicht tussen de medewerkers en komen tot een gemeenschappelijk begrip over de noodzakelijke aanpassingen. Zo leren ze van elkaar en kan de organisatie worden ingericht op een manier die de nieuwe werkwijze faciliteert.

Dat het loont zie je tijdens de coronacrisis. Medewerkers van een van de welzijnsinstellingen waar ik mee werk bleven de wijk ingaan en er zijn indicaties dat er minder doorverwijzingen zijn naar complexere hulp.

Gebruik maken van bestaande kennis kan efficiënter zijn, maar je moet dat wel faciliteren. Daarover denk ik graag mee. Daarnaast heb ik ervaring met een meer commerciële aanpak van projecten en dan zijn er soms vragen te stellen, onder andere over de contracten die instellingen afsluiten met gemeenten. Gaat het bijvoorbeeld om inspanningsverplichtingen of om resultaatverplichtingen? Dat maakt nogal verschil.

Gebruik maken van bestaande kennis kan efficiënter zijn, maar je moet dat wel faciliteren.
Daarover denk ik graag mee.

Mr A.M. (Bram) Busstra

Bedrijfseconomische argumenten spelen vaak een te grote rol. Door beter gebruik te maken van de kennis binnen de organisatie zal die merken dat efficiëntie om meer draait dan alleen financiën. Dit besef is van belang voor een goede transformatie van het sociale werk. Dat kan leiden tot een nieuw lokaal sociaal contract, zoals ook bepleit door Kim Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau.